Selecteer een pagina

Ervaringen

Via deze knop kan je jouw verhaal kwijt. We zullen nooit jouw verhaal posten op rouwkost.be zonder je toestemming.

Met Kerstmis ik je

Met Kerstmis ik je

Het is vandaag 18 december 2018. Een dag waarop Kerstmis dichterbij ligt dan Sinterklaas en waarop de radio voor de eerste dag overspoeld wordt door warmte, gegenereerd op het domein van Puyenbroeck. Iedereen kijkt uit naar Kerstmis, is cadeautjes aan het kopen en kaartjes aan het schrijven. Maar ik niet. Eigenlijk gewoon omdat ik geen goesting heb.

Lees meer

Ik heb mijn kerstboom nog niet gezet, ik heb nog geen kaartjes gekocht en als ik cadeautjes ga inpakken de komende dagen dan zal het in evergreen inpakpapier zijn dat ik ook al gebruikte voor alle andere feestelijke gelegenheden die niets met Kerstmis te maken hebben. Toch haat ik Kerstmis niet, ik vind Kerstmis gewoon moeilijk.Het is binnenkort 4 jaar geleden dat ik deze feestdag nog leuk vond. Ik klaag daar niet over, ik ban ook niet alles wat met deze dag te maken heeft uit mijn leven en ik denk ook niet dat het echt opvalt dat Kerstmis mij gewoon niet zoveel meer interesseert. Het is toevallig ook 3 jaar geleden dat ik mijn broer verloor.Overlaatst vroeg iemand mij: “Maar waarom is Kerstmis niet meer tof? Het is toch niet dat je verplicht bent om aan je broer te denken?” En da’s waar. Eigenlijk zegt de Kerstman niet letterlijk “awel nu is het efkes focus op familie en cadeautjes”. Maar waarom worden mijn nachten sinds enkele dagen dan korter, mijn snooze-sessies ’s ochtends langer en de zakjes onder mijn ogen opvallender? Awel, ik zal het efkes proberen uitleggen.Proberen omdat ik niet zeker weet of ik het ga kunnen en of het wel over gaat komen bij iemand die nog nooit iemand zo dierbaar, zo dichtbij verloren heeft. Pas op, dat moet ook niet. Maar ik wil het misschien gewoon proberen, om het zelf wat beter te kunnen snappen.Met Kerstmis denk ik niet persé “Oh alez ze, nu moet ik weer aan mijn familie denken en mij slecht voelen.” Nee. Ik ben eerder gewoon lastig, prikkelbaarder en vooral moe, super moe. Ik denk ook niet bewust aan mijn broer als ik door de straten loop. Ik hou zelfs van kerstmarkten en lichtjes overal. Maar vraag mij gewoon niet om zelf actief deel te nemen aan het opstellen van kerstbomen, sturen van kaartjes en enthousiast meezingen met speciaal voor deze periode ontworpen liedjes. Daar heb ik gewoon geen zin in.Eigenlijk is mijn probleem jaloezie. Pure jaloezie. Ik ben jaloers op hoe het vroeger was rond Kerstmis en hoe ik dat eigenlijk altijd maar gewoon heb gevonden. Ik vond het gewoon dat heel mijn familie rond de tafel zat en ik ging gewoon maar mee in de hele kersthetze. Zonder eigenlijk 1 keer stil te staan bij waar Kerstmis allemaal voor staat. Ik heb nog altijd warmte, vriendschap, liefde en gezelligheid dat me wordt aangeboden op kerstfeesten, maar vroeger was het gewoon anders en beter. Dan was broer er nog. En ik heb dat gewoon altijd normaal gevonden. Op 1 of andere manier voel ik dat en voel ik dat mijn ouders dat ook voelen. En omdat mijn ouders dat ook voelen, waarschijnlijk zelfs intenser dan ik, besef ik dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten en dat we dat eigenlijk wel goed doen. In ons hoofd en hart is hij er altijd bij. In het echt niet meer. En ik vind dat wij gerust echt boos mogen zijn en jaloers op hoe we het vroeger hadden.Elk jaar mis ik de grapjes, het entertainment en het warme hart van broer. Ik ween misschien elk jaar een paar centiliter minder, maar ik blijf wel even jaloers, ambetant en stilletjes boos.Besef gewoon dat mensen met verdriet niet altijd huilen, stil zijn of hun verdriet tonen. Ze zijn net als ik. Ze gaan werken, feesten, blijven vrolijk tetteren en lachen. Ze zijn gewoon wat ambetanter tegen wie ze echt graag hebben. En laat ze maar doen. Ze zijn je dankbaar om hen gewoon te laten zijn. Beloof gewoon 1 ding aan mij en vooral aan al de rest van de Kerstmis-jaloerserikken: toon deze Kerst, en alle edities die nog volgen, dat je je familie graag ziet op je eigen manier. En ah ja, als je toch iets wil doen voor zij die wenen vanbinnen, het laatste ovenhapke op de platteau, dat mag je ons altijd aanbieden!Liefs,EvelienLink naar gerelateerde pagina:https://www.rouwkost.be/interessante-artikels/

Een plots verlies

Ik verloor mijn zus heel plots. Het was als een donderslag bij heldere hemel. Alles wat ik als vanzelfsprekend beschouwde, was eensklaps onzeker. We waren met vijf, ineens waren we maar met vier. Plots waren mijn ouders, altijd beresterk en zorgzaam, hulpeloos. Plots kon ik mijn zus niet meer knuffelen of zelfs ruzie met haar maken. Plots besef je wat er écht belangrijk is in het leven: familie, vrienden, geborgenheid.

Lees meer

We hebben er in ons gezin heel bewust voor gekozen dat we moesten samen rouwen en elkaar graag zien. Wij waren een unit, wij tegen de wereld. We zouden hier samen sterker uit komen.Zo een verlies meemaken, doet je opeens heel ‘oud’ voelen. Je ziet in over welke onbenulligheden mensen zich druk maken. Ik had het gevoel dat ik totaal geen raakvlakken meer had met leeftijfsgenoten. Zij leefden in een onbezorgde wereld, terwijl mijn gezin en ik onze wereld terug probeerden op te bouwen.Ons leven bestond en bestaat uit twee delen: het leven voor het sterven van mijn zus en het leven nadien. Het is een harde leerschool geweest, maar ons gezin is er nog sterker uitgekomen. Ikzelf ben een begripvoller persoon geworden. Twee zaken die ik geleerd heb en zou willen delen zijn dat iedereen anders rouwt en dat je niet alleen bent!

François: Graag had ik hier mijn verhaal gedaan

Ik ben nu 61, maar was 21 toen ik mijn moeder heb zien overlijden in het ziekenhuis. Een beeld in je achterhoofd, dat je nooit meer vergeet voor de rest van je leven.

Lees meer

Ik had al een tijdje aan mijn moeder gezien dat er iets was en heel dikwijls gezegd ga hiermee naar de dokter, maar ze wou niet.Op 4 december 1979 komt moeder me wakker maken, ik lag nog niet lang in bed, ik had s’nachts gewerkt . Ze vroeg mij of ik bij de huisdokter wou gaan vragen of hij wou komen. Ze had hevige pijn in haar buik.De huisdokter was komen kijken en had mijn moeder een spuitje gegeven en gezegd, “ik ga vanmiddag nog eens komen kijken hoe het gaat”. De huisdokter was na de middag nog eens komen kijken en omdat de spuit niet geholpen had zei de huisdokter, “breng haar naar het ziekenhuis want ik kan niets doen”.Ik had dan voor een ziekenwagen gebeld en ben meegereden.

Ik moest buiten op de gang wachten en een paar minuten later ging er ook een dokter de kamer binnen die na een paar minuten uit de kamer kwam en me vroeg of ik familie was. “Ja,” zei ik, “ik ben een zoon”. “Spijtig voor het slechte nieuws maar wij hebben niets meer kunnen doen, je moeder is overleden , innige deelneming,” en ik stond daar. Niemand die vroeg hoe ik me zelf voelde dat moment.

Ik heb jaren met schuldgevoelens gelopen en wou er met niemand over praten. Schuldgevoelens had ik mijn moeder eerder naar de dokter gesleurd had ze er nu misschien nog geweest.Een paar maanden na mijn moeder haar dood, zag ik regelmatig mijn moeder terug die tegen mij kwam praten. Ze vertelde mij dingen en vertelde erbij dat ze nog leefde maar zich ergens verborg en niemand mocht weten waar en ik dit tegen niemand mocht vertellen. Ik heb hierover nooit tegen iemand durven of willen vertellen uit vrees dat men mij zou gelachen hebben. Ik heb altijd geloofd in leven na de dood. Ik heb wel vele jaren later hiervoor hulp gezocht, want na zovele jaren (bijna 20) heb ik nog dikwijls mijn moeder zien terugkomen en met mij kwam praten. December is daarom een zeer moeilijke maand voor mij.

25 december 1994 heb ik samen met de dokter van wacht helpen reanimeren bij mijn ex schoonvader tot de hulpdiensten er waren die na een half uurtje dan zelf de reanimatie gestaakt hebben. Toen had ik geen schuldgevoelens, want ik had ook geprobeerd om iemands leven nog te redden waar wel de schuld gekregen dat ik niet genoeg mijn best gedaan had bij het helpen reanimeren.

Ik geef daarom de raad om hulp te zoeken als je het moeilijk hebt om je verdriet te verwerken, op je eentje kan je dit niet, en praten helpt echt! Doe niet zoals ik ooit gedaan heb, niet willen over praten! François

Facebook en de mama van Vincent

Sinds begin februari hebben ze de FB pagina van mijn zoon veranderd naar een herdenkingspagina. Zonder ons medeweten, zonder ons te verwittigen. Toen ik het die dag zag, was het precies alsof onze zoon een tweede keer stierf.

Lees meer

Voor mij was, voor het overlijden, sociale media niet zo belangrijk, maar sinds Vincent er niet meer is, is dit een schakel geworden tussen zijn vrienden, kennissen en mezelf. Ik had het paswoord van zijn pagina, ik logde iedere dag in. Enerzijds deed ik dit heel bewust om FB niet de indruk te geven dat dit een ‘dode’ pagina was. Ik postte soms nog eens een herinnering. Vrienden konden er nog terecht om eens een privéberichtje te sturen. Ik noteerde dagelijks zijn herinneringen, soms van jaren geleden, om er ooit nog eens iets mee te doen.Plots is alles weg. Zelfs zijn vrienden. Een klein aantal bleven staan, de rest moest ik allemaal opnieuw aanvragen. Dan kwam ik erachter dat niet Vincent,maar ik die verzoeken verstuurde. Met als gevolg dat ik er plots een heleboel ‘nieuwe’ vrienden bij heb. Wat ook niet de bedoeling was. Vincent had zijn vrienden, ik de mijne.

 

Reeds 100-den mails stuurde ik naar FB. Telkens een standaard antwoord terug. Ik denk niet dat al iemand persoonlijk mijn mails gelezen heeft. Ik krijg telkens een mail terug dat dit het beleid van facebook is, dat ze dit doen ter bescherming van de privacy van de overledene. En dat iemand dit hen gemeld heeft. Mensen die dicht bij mij staan, weten hoe belangrijk die FB pagina was voor mij, en zullen dit zeker niet aangegeven hebben.

 

Ten eerste hebben ze niet alleen de privacy van de overledene geschonden, door hem zijn pagina af te nemen, en hebben ze die van mij ook geschonden,doordat ik nu een heel aantal ‘vrienden’ heb die mijn vrienden niet zijn maar deze van mijn zoon. Ik kan aan de herdenkingspagina ook geen nieuwe vrienden meer toevoegen.

 

Ze hebben mij beheerder gemaakt over de herdenkingspagina.Hoe komen ze bij mij terecht? Als ze dan toch mijn gegevens hadden, konden ze toch eerst eens de vraag gesteld hebben.

 

Een vriendin van mij heeft een overleden dochter. Zij hebben zelf een herdenkingspagina aangevraagd bij FB. Daarvoor moesten ze een overlijdingsakte, een bewijs dat ze de ouders waren… doorsturen. Het was een moeilijk proces. En bij mij is het allemaal zo heel gemakkelijk gegaan, zonder dat ik erom gevraagd heb.

 

Ik ken reeds verschillende ouders die in hetzelfde geval zitten als wij. Ik vind dit echt niet kunnen. Ik heb echt mijn twijfels over de werkwijze van FB. Een heel graag had ik eens een persoonlijk gesprek gehad met iemand daar in FB, maar blijkbaar is dit een onmogelijke zaak. Dan vraag ik me echt af, moeten die mensen zelf eerst iets dramatisch tegenkomen, vooraleer ze eens gaan nadenken over hun daden?

 

Mijn interview in de krant gaat wel voor een stuk over FB, maar het interview voor Radio 2, dat was telefonisch maar niet rechtstreeks, daar hebben ze het hele FB gedeelte eruit gelaten. Waarom ? Heel graag zou ik verdere actie ondernemen, maar ik weet echt niet meer hoe. Radio, Televisie, alles zoveel mogelijk in de media brengen….

 

In die paar weken dat FB dit gedaan heeft, ben ik in een diepe put terechtgekomen, terug, waar ik elke dag terug moet spartelen om boven te raken. Dit voor FB een hele banale kwestie, maar voor mij o zo belangrijk. Als jullie ideëën hebben om daar iets verder mee te doen, ben ik echt wel bereid om mee te werken. Alles is welkom.

 

Groetjes, en warme knuffel,

Trui, mama van Vincent

Victor

Artikel uit “het laatste nieuws” dd. 15/10/17

Koen Torrekens verloor zijn jongste zoon Victor op reis tijdens de zomervakantie. Hij geeft in dit artikel tips over hoe je mensen kan steunen die iemand verloren hebben, want vaak weten vrienden en familie niet hoe ze moeten omgaan met iemand die een verlies heeft geleden.

Lees meer

Wij hebben deze zomer op een brutale manier ons jongste zoontje van acht jaar verloren. Zomaar op reis door een slecht onderhouden jacuzzi. Van de hoogste graad van geluk naar de totale wanhoop op twee minuten tijd. De rit terug is langer. Veel langer. Over deze rit wil ik het vandaag hebben.  Dit is geen aanklacht tegen slecht onderhouden jacuzzi’s, geen sneer naar welke overheid dan ook, geen oproep om nog wat meer wetten te schrijven….. Het is een ode aan het leven en geschreven voor de grote groep van mensen die gelukkig wel gespaard blijven van dit soort drama’s. Mensen die een kind verloren, zijn plots niet slimmer geworden. Zij doorgronden de wereld niet beter en analyseren Kant of Nietzsche niet beter dan voorheen. Allemaal hebben ze veel verdriet, ze zijn vaak verbitterd en kwaad, vaak verliezen ze hun vertrouwen in iets: hun partner, God en vaderland, het leven of erger nog de liefde… Hebben zij dan meer recht op spreken? Voor één bepaald domein wel. Omdat zij, ik moet nu helaas wij schrijven, een unieke ervaring hebben meegemaakt die we moeten delen omdat wij als maatschappij moeten nadenken over hoe we in het leven moeten staan. Wat is belangrijk en wat niet? Hoe moeten we onze tijd indelen? Ouders van verkeersslachtoffers mogen niet de verkeerswetten herschrijven maar ze hebben wel het recht en zelfs de plicht om maatschappij en politiek te wijzen op het onmenselijke leed dat achter elk slachtoffer schuilt. Vele zaken zijn vandaag aangenamer en eenvoudiger dan pakweg vijftig of honderd jaar geleden. We leven en waarschijnlijk ook sterven, comfortabeler dan vroeger. Een kind verliezen is echter een uitzondering op deze regel: onze maatschappij leeft nu met haar rug naar de dood, dergelijke drama’s waren vroeger frequenter dan vandaag, onze voorouders genoten van een naïeve religiositeit die troost en comfort bood en bovendien lieten de economische omstandigheden vaak weinig ruimte tot rouw en piekeren. Met het speelgoed, de herinneringen en de foto’s van een achtjarig kind kun je vandaag letterlijk een vrachtwagen vullen en op de meest onverwachte momenten en plaatsen springt hij dus terug in jouw gezicht. Vaak een lachende herinnering. Hoe harder hij toen lachte, hoe harder je nu weent. Het is zoals de boodschap bij financiële reclame: het geluk in het verleden is geen garantie voor het geluk in de toekomst. Hoe ga je hiermee om indien in dit in jouw directe omgeving gebeurt? De eerste reactie is er meestal één van ongeloof, verbijstering en verdriet maar vervolgens worden we weer praktisch: “Gaan ze nu nog mee op skivakantie”, “Hoe gaan we dit aan onze eigen kinderen vertellen” etc.. De mens reageert zoals hij geprogrammeerd is en bekijkt alles eerst vanuit zijn eigen standpunt. Vervolgens komt, laten we het maar toegeven, vaak een gevoel van opluchting en zelfs “blijdschap” met het besef dat het noodlot, zoals een Amerikaans precisiebombardement, net naast jou is ingeslagen en niet bij jou. En zo komen de gedachten automatisch bij de getroffen mensen.. “Ocharme…Wat kunnen we doen voor hen?” De reacties van onze Franstalige vrienden waren sprekend. “Mon pauvre ami…” vertolkt taalkundig perfect het gevoel. Je blijft achter met alle materiële zaken intact, maar toch voel je je bestolen en straatarm. Toen wij thuiskwamen vanop reis, was onze voordeur versierd onder de bloemen. Zeer emotioneel als je zo thuis komt vanuit je droomvakantie. Maar toch… dank u lieve buren! Onmiddellijk krijg je een gevoel van: “we staan niet alleen met ons lijden…” Medelijden is een gruwel maar in de etymologische zin zo mooi. De dagen nadien kwamen vrienden en buren ons eten brengen. Hoeprimitief en absurd lijkt dit in een wereld van Deliveroo en kant en klare maaltijden! Nu kan ik alleen maar zeggen: “Doe het mensen, doe het!” Als je na die eerste nacht thuis, met een hoofd vol verdriet, naar de bakker wil stappen en je ziet voor de deur een zak pistolets staan dan is je eerste gedachte niet van “ik had liever tijgerkes of sandwiches gehad…” Neen, dan kijk je even met betraande ogen de lege straat in, neemt dankbaar de zak en keert weer terug naar de geborgenheid van je gekwetste gezin. Het mooiste vind ik nog altijd dat ik tot vandaag nog altijd niet weet wie ze gebracht heeft. Geen naam, geen kaartje, gewoon elke morgen pistolets… Het klinkt haast als een gebruik van één of andere primitieve stam maar ga alstublieft gewoon eten brengen. Vraag ook niet van “moet ik iets maken?” Neen! Ga gewoon aan de deur staan met die pot soep in je handen…De dood is ruw, primitief en oeroud. Eten en drinken ook… Komen we op het tweede punt: bezoeken of niet bezoeken…Ik kan kort zijn: bezoeken! Ik ben niet de meest sociale persoon en telkens als iemand schuchter aan de deur stond, was mijn reactie steeds dezelfde: “ik ben blij dat je er bent, kom binnen, maar het kan zijn dat ik jou na twee minuten buiten gooi”. Twee minuten werden altijd twee uur. We hebben samen gegeten, gepraat, herinneringen opgehaald, vaak samen gehuild en soms werden wildvreemde mensen verbonden in het noodlot… Mijn derde goede raad gaat over de tijd. Hij is ons eeuwige vijand maar bij een rouwproces is hij een (trage) vriend. Als je je eigen dode kind in je armen hebt gedragen, als je hem bent gaan herkennen in een mortuarium en hem vervolgens hebt begraven dan denkt je logisch verstand: “het ergste is achter ons.. ” Helaas, pindakaas zoals ons jongetje steeds zei.. We zijn nu bijna twee maanden later en het gevoel van gemis en leegte wordt nog elke dag groter. Wat ons menselijk leven mooi maakt, namelijk een bewustzijn met emoties, vreugde en verdriet, wordt nu een gruwelijke en sluipende vijand. Wij zijn geen meester van onze gedachten. Verdriet, schuldbesef, woede komen en gaan zoals de golven aan zee… Zelfs met al je ratio op scherp, kun je niet ongehinderd naar een muurtje kijken zonder te hopen dat hij plots van achter het muurtje springt. “Dag papa!” Ondertussen zit onze kat, die zo vaak met ons zoontje heeft gespeeld, gewoon in de sofa. Ze kijkt mij uitdagend en nonchalant aan en vraagt zich waarschijnlijk af wat ze straks zal eten. Net zoals de schoonheid van Mozart haar koude vacht niet kan raken, zo ook blijft ze onbewogen bij het plotse overlijden van haar speelkameraadje. Helaas, pindakaas… wij zijn mensen. Hou dus uw inspanningen vol, maanden aan een stuk. Eventueel niet met dezelfde intensiteit, spreek af met vrienden voor een beurtrol. Ga er even niet vrolijk van uit dat het na een maand voorbij is. Ik denk nog aan die arme buurman die na twee weken naar mijn vrouw stapte en vroeg of het al beter ging. “Neen, hij is nog altijd dood”. Een brutaal en intriest antwoord. Vroeger was ze geen van beiden. Vervolgens is er het internet en de bijhorende sociale media. In een tijdperk waar relaties gestart en gestopt worden via Messenger en waarbij aan nationale en zelfs internationale politiek wordt gedaan via Twitter, is de verleiding groot om ook ons medeleven af te handelen via Facebook of via de website van de begrafenisondernemer… “Er zal toch genoeg volk in de kerk zijn..”, “Ze zullen toch voldoende bezoek thuis hebben…” Neen dus… wees aanwezig, en vooral levend in vlees en bloed. Een familie die op een dusdanige wijze gekwetst is, zal zichzelf niet opdringen. Zij kruipt net als een gewond dier terug in donkere geborgenheid van haar hol of grot. Dring uzelf op. En tenslotte, wees de dagen of weken nadien iets voorzichtiger met de like-knop op Facebook. Natuurlijk stopt jouwleven niet omdat jouw beste vrienden hun kind hebben verloren. Maar met één klik op de likeknop kun je wel bij hen de indruk wekken dat je de week nadien al aan het feesten bent als de beesten… Als laatste wil ik het even hebben over uw leven. Ik veronderstel even dat magere Hein zich tot nu toe bij u netjes heeft gedragen. Hij heeft de ‘volgorde van het leven’ gerespecteerd of uw laatste troostende woorden tot uw kinderen betroffen de cavia die ’s morgens stilletjes in zijn nestje bleef liggen… Een kind verliezen zou de meest fantastische ervaring kunnen zijn die je als familie kunt meemaken. Het zou echter na een maand moeten stoppen. “Dag mama, dag papa, waar zaten jullie?” Hoe gulzig maar ook hoe doordacht en wijs zou je nadien door het leven gaan! Helaas, pindakaas… Zo werkt het dus niet. Elke ouder heeft zich al eens ingebeeld dat zijn kind dood is. Dat beklijvend moment als plots je peuter uit je zicht is verdwenen op een druk strand. Die namiddag toen hij als puber met de fiets vertrok en je vijf minuten later in de verte een sirene hoorde. Of gewoon s’nachts, badend in het angstzweet, na een nachtmerrie… Niemand kan zich echter inbeelden wat het is om een kind eeuwig en altijd te missen. Eerlijk gezegd ik ook nog niet… Het leven is kort en fragiel. Tachtig jaar of acht jaar, wij zijn oneindig langer dood dan levend. Vroeger werden we vanop de kansel daar regelmatig aan herinnerd. Vandaag predikt de maatschappij rondom ons een illusie van eeuwig leven. Zelfs de reclame van uitvaartverzekeringen ademt een sfeer van onbezorgdheid en eeuwigheid uit. Wat kun je leren van een brutaal overlijden? Het is gevaarlijk om niet in goedkoop epicurisme te vervallen. Dit is geen pleidooi voor voor een grotere religiositeit, geen pleidooi om de rest van het leven te bekijken vanuit een hangmat in de tuin. Het is wel een oproep tot liefde. Geef en krijg! Kijk maar na: alle grote momenten van geluk zijn op één of andere manier verbonden met de liefde. Laat de liefde al uw handelingen en gedachten inspireren. Enkel de liefde, en niet de woede of een rechtzaak, zal ons als gezin er terug bovenop helpen. Bemint elkander. Het is diezelfde liefde die je nodig zult hebben wanneer je met een kom soep zal aanbellen… En oh ja.. voor ik het vergeet, zijn naam was Victor. Hij was ontzettend gek op dieren.”

ROUWKOST

 Door Hayat Tijari COLUMN 13.03.19

Op het geboortekaartje in de brievenbus prijkt kraamkost als cadeautip. Geen envelop, maar een bord om te vullen. Grijnzend kruip ik in mijn keuken om de heerlijkste soep en ovenschotel tevoorschijn te toveren. Om af te werken nog een goed vullend bakje rauwkost.

Lees verder

Kraamkost is terecht hip de laatste jaren en het valt me op hoe gelukkig de pas bevallen vriendin is met mijn ovenschotel. Geen enkel ander cadeau had ooit voor dezelfde fonkel in haar ogen gezorgd als een maaltijd in een bakje. Ze vertelt honderduit over de laatste weken van haar zwangerschap, over hoe ze alles onderschatte. Ze lacht om mijn handgebaren die haar duidelijk maken dat ze te veel details deelt over haar bevalling. Ze vertelt eerlijk over de slapeloze nachten en de vermoeidheid die daarmee gepaard gaat.Enkele weken later zit ik aan een andere tafel, aan de andere kant van het leven. Het deel dat je machteloos doet voelen, dat er plots voor zorgt dat je vocabulaire niet meer toereikend is. De vriendin die tegenover me zit, staart in stilte door het raam en lost af en toe delen van haar verdriet. Het verdriet om een overleden vader. Het was een overlijden waar ze zich enkele maanden op voorbereidde, maar het bleef onverwachts. Te vroeg, vooral.

“Ongemakkelijk schuif ik in mijn stoel, niet goed wetende wat te zeggen.”

De afgelopen maanden praatte ze nooit over de ziekte van haar vader, maar het verdriet in haar ogen sprak boekdelen. Nu kijk ik ernaar, in de hoop de woorden uit die boekdelen af te lezen om er zelf zinnen mee te kunnen vormen. Ongemakkelijk schuif ik in mijn stoel, niet goed wetende wat te zeggen.

Automatisch denk ik aan de mensen die ik het meest liefheb. De gedachte dat ik hen ooit zou verliezen, grijpt me, net als het onmetelijke verdriet van mijn lieve vriendin, naar de keel. Waar ik de blije babyroes van mijn andere vrienden nog een paar uur met me meedraag, is de rouw geniepiger, die kruipt ongemerkt onder mijn huid en blijft daar zitten. Alsof rouw besmettelijk is, als een winterse griep.

Belastingen en de dood zijn de enige zekerheden in het leven. Dat, en dat verdriet uiteindelijk slijt. Je zou vaak willen dat het, net als verpakte voedingswaren, een duidelijke vervaldatum had – zodat je weet hoe lang nog. Hoe lang nog disfunctioneel zijn, hoe lang nog zwelgen verdriet, hoe vaak nog denken dat je het een beetje verwerkt hebt, waarna het je toch weer overvalt.

“Je zou vaak willen dat verdriet, net als verpakte voedingswaren, een duidelijke vervaldatum had.”

Terwijl die twee uitersten zich om me heen voltrekken, valt het me ook op hoe graag we nieuwe ouders feliciteren en hoe slecht we zijn in rouwende mensen troosten. Dat geldt ook voor mij: de pas bevallen vriendin stuur ik wekelijks sms’jes om te vragen naar nieuwtjes en foto’s. Mijn vinger zweeft echter meermaals boven het laatste sms’je van mijn rouwende vriendin. Ik typ en backspace op repeat. Ik vraag me af of ik er wel goed aan doe haar te vragen hoe het gaat. Wat als ze een goede dag heeft en ik zorg voor een tsunami van emoties? Wacht ik niet beter af tot ze er zelf over praat?

Het scherm van mijn gsm die in slaapmodus ging, licht op door een foto van een schattige baby. Ik glimlach en denk aan de blinkende ogen van haar mama bij het aanschouwen van mijn kraamkost. En ook in mijn brein gaat er plots een lichtje op.

Ik bel naar de rouwende vriendin en vraag haar wat haar favoriete maaltijd is. Ze lacht weifelend en geeft bedeesd enkele suggesties. Ik beloof haar dat ik haar nog een berichtje stuur om uit te leggen waarom ik die vraag stelde en hang op.

Later die middag vraag ik haar of ze die week vrij is om af te spreken. Een leuke middag, verzeker ik haar. Ik aanvaard geen neen, verduidelijk ik. Het hoeft niet lang te duren. Strijdvaardig keil ik iets later enkele ingrediënten in mijn winkelmand.

Ik kruip opnieuw in mijn keuken, maar deze keer om een paar bakjes te vullen met rauwkost. Boordevol groenten en mineralen. Die ‘rouwkost’ moet voldoende zijn om me te wapenen tegen het verdriet, toch? Om de woorden in mijn hoofd te houden? Om de kans op besmetting te voorkomen?

“Alsof een gevulde maag ervoor zorgde dat de zwaartekracht haar werk deed en het verdriet iets zakte.”

Samen zitten we in de zetel en hoor ik haar vertellen dat het de eerste volwaardige maaltijd is die ze at in lange tijd. Ze vond gewoon de moed niet om te koken. Het leven ging door, de plicht riep en na een lange werkdag was er geen energie meer over om een maaltijd op tafel te toveren.

Ik zag geen gelukzalige fonkel in haar ogen zoals bij de vriendin die ik kraamkost bracht, maar de boekdelen spraken af en toe van dankbaarheid. Dankbaarheid om iets banaal als een maaltijd. De stem van mijn vriendin klonk iets lichter. Alsof een goed gesprek en een gevulde maag ervoor zorgden dat de zwaartekracht haar werk deed en het verdriet iets zakte. Niet veel, maar genoeg om eens heel flink in- en uit te ademen. Om even bij te komen.

Die volgende middag kreeg ik een foto binnen, van een restje rouwkost vergezeld van een hartje. Vlak daarna nog een, een selfie van een trotse mama en haar dochter. Het zoete en het zure in dit leven. Het één om aan plaatsvervangend geluk te doen en het ander om me er nog eens aan te herinneren dat het leven te kort is. Te kort voor alles. Maar vooral te kort om géén maaltijd bij elkaar te koken om de rouw van een ander een klein beetje minder rauw te maken.

ROUWKOST

Wanneer iemand dichtbij plots veraf is.

© 2018 Rouwkost.

Het maken van deze website, dat konden we niet alleen. We zijn volgende organisaties dan ook zeer dankbaar:

  • Politiezone AMOW
  • vzw Ambras
  • Provincie Vlaams-Brabant

Volg Ons